Lidmaatschap

Artikel 6.

1.     De vereniging kent:                                                                                                 

a.     leden;

b.     ereleden.

2.     Leden zijn zij die actief aan de in artikel 3 genoemde activiteiten deelnemen, dan wel contributie betalen.

3.     Ereleden zijn zij, die zich jegens de vereniging bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. Hun benoeming wordt geregeld via het huishoudelijk reglement.

Artikel 7.

1.     Nieuwe leden melden zich aan bij het bestuur en worden gepubliceerd in de Nieuwsbrief.

2.     Bij opneming als lid van de vereniging is men verplicht de jaarlijkse contributie te voldoen.

3.     Indien minimaal tien leden schriftelijk bezwaar maken tegen de opneming van een lid dient daar in de eerst komende Algemene Ledenvergadering over gestemd te worden.

Artikel 8.

1.     De leden zijn verplicht;

a.     De statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, de Algemene Ledenvergadering of een ander orgaan van de vereniging, na te leven;

b.     De statuten en reglementen van de in artikel 4 lid 1 genoemde bond, de besluiten van een van haar organen, alsmede de van toepassing zijnde spelregels na te leven;

c.     De belangen van de vereniging en van genoemde bond in het algemeen niet te schaden;

d.     De overige verplichtingen, welke de vereniging of de genoemde bond in naam van haar leden aangaat, of welke uit het lidmaatschap van de vereniging of genoemde bond voortvloeien te aanvaarden en na te leven.

2.     Behalve de in deze statuten vermelde verplichtingen kunnen door de vereniging slechts verplichtingen aan de leden worden opgelegd na voorafgaande toestemming van de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 9.

1.     De leden zijn onderworpen aan de strafbepalingen, en wel:

a.     in het algemeen door het zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereniging of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad;

b.     door het zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de spelregels, alsmede met de statuten, reglementen en/ of besluiten van de in artikel 4 lid 1 genoemde bond of waardoor de belangen van genoemde bond in het algemeen worden geschaad.

2.     Het bestuur is bevoegd om, in geval van overtredingen als bedoeld in het eeste lid, de volgende straffen op te leggen:

a.     berisping;

b.     schorsing.

3.     Een schorsing kan ten hoogste voor de duur van een jaar worden opgelegd. Gedurende de periode dat een lid geschorst is, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten worden ontzegd.

Artikel 10.

1.     Het lidmaatschap van een lid van de vereniging eindigt door:

a.     overlijden;

b.     opzegging door het lid aan het bestuur;

c.     ontzetting.

2.     Gronden voor ontzetting uit de vereniging zijn:

a.     nalatigheid in het voldoen van de aan het lid door de vereniging opgelegde financiële verplichtingen;

b.     handelen in strijd met de statuten, huishoudelijk reglement en/of andere door de Algemene Ledenvergadering vastgestelde reglementen of regelingen;

c.     het bij voortduring schaden van de belangen van de vereniging.

3.     De ontzetting wordt door het bestuur uitgesproken.

4.     Een lid van het lidmaatschap ontzet op de gronden als genoemd in lid 2 van dit artikel, wordt van deze ontzetting door het bestuur bij aangetekend schrijven mededeling gedaan.

5.     Het lid bedoeld in het voorgaande lid, kan tegen zijn ontzetting binnen een maand na ontvangst van het desbetreffende schrijven schriftelijk bezwaar indienen bij het bestuur.

6.     Het bestuur brengt de inhoud van het bezwaarschrift ter kennis van de Algemene Ledenvergadering, welke vergadering op het bezwaarschrift bij schriftelijke stemming een definitieve beslissing neemt. Tot het tijdstip waarop het definitieve besluit van de Ledenvergadering is genomen, blijft het lid van het lidmaatschap ontzet.

7.     Een financiële schuld wordt door ontzetting niet teniet gedaan.

Statuten overzicht